Ahoi,
Er ligt nog steeds sneeuw vandaag, genoeg om mooi te zijn en toch veilig te kunnen fietsen. De thermometer wees -5°C, dus dikke kleren en schoenen kwamen van pas! Via de fietswegen door Ulleråker ben ik naar Ultuna (=SLU: Sveriges Lantbruksuniversitet) gefietst. Daar ben ik langs de Fyrisån beginnen fietsen. Tussen het fietspad en deze rivier ligt een overstromingszone helemaal begroeid met riet en lisdodde. De volledige oppervlakte rond de rivier is een natuurreservaat (årike fyris) met kijkhutten en kleine wandelpadjes zoals in de Hoge Venen die zeker nog eens moeten getest worden. Er zitten hier in de zomer vele vogels maar nu zijn er enkel kauwen, pimpelmezen en eksters te zien (een duif is hier zeldzaam!). Bovendien laten de vogels zich graag fotograferen. Na het passeren van Nedre Föret kwam ik bij Sunnersta herrgård, dit meer was helemaal toegevroren en begaanbaar! Omdat het door de sneeuw moeilijk was om een mountainbikeroute te nemen moest ik terug een stukje langs de Dag Hammerskjölds väg tot in Sunnersta. Daar ligt de dichtste skihelling (Sunnerstaåsen) en vele kinderen waren daar met hun slee nu aan het spelen. Ik zette mijn tocht verder naar mijn doel voor vandaag: Skarholmen. Dit is het noordelijkste punt van het water dat zo sterk aanwezig is rond Stockholm en het meest zuidelijke punt van mijn fietserkaart. Vanaf hier kan je in de zomer met de boot naar Stockholm. Nu liggen alle boten op het land en is er niets te beleven aangezien het water dichtgevroren is zover je kan kijken! Enkel aan de oevers is dikwijls wat ijs gesmolten. Daar heb ik –verstomd van de eindeloosheid van het water- een beschut plekje gezocht en mijn picknick opgegeten. Dit punt deed me terug denken aan het Zweden dat ik vroeger al had gezien vanuit Stockholm op de boottrip. Prachtig!
Toen begon de terugweg door Vårdsätra, Gottsunda en Valsätra om zo terug in Ulleråker te belanden. Via prachtige besneeuwde bospaadjes kan je het voornaamste stuk fietsen, en anders zijn er de sneeuwgeruimde en gescheiden fietspaden. Het Vårdsätra skog (=bos) en het Stadsskogen zijn op die manier ook weer verkend. Het ‘stadsbos’ is hier enorm in vergelijking met wat we in Vlaanderen bos noemen… Super dus! Zo kwam ik via Kåbo dan terug op mijn kot. Langs de kant van de weg heb ik een niet-Belgische vogel kunnen determineren, namelijk een Kramsvogel (Familie van de lijsters).
Na 23 km waren mijn tenen bevroren maar het is hier echt prachtig! Vanaf je een beetje fietst of wandelt buiten het centrum zie je prachtige natuur. Als dit al zo mooi is, hoe gaat het dan zijn in het Noorden...?
doei!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten